WoordenboekWoordenboek

U bent hier:
Opleidingscentrum
Competenties
Woordenboek

Competentiewoordenboek

Competentiewoordenboek ChristenUnie

Als u hier inlogt  kunt u onderaan de pagina een document downloaden met de niveaus en indicatoren

Besluitvaardigheid:
Op het juiste moment beslissingen nemen en standpunten innemen en zich hieraan committeren door ze uit te spreken en / of ernaar te handelen.

Creativiteit:
Originele of nieuwe ideeën en oplossingen kunnen bedenken; invalshoeken vinden die afwijken van de gevestigde denkpatronen.

Leidinggeven:
Op een resultaatgerichte manier richting geven aan medewerkers; doelen en visie formuleren en middelen faciliteren; voortgang bewaken en medewerkers aansturen/ corrigeren.

Mondelinge en Schriftelijke communicatie:
Ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen duidelijk maken en het taalgebruik aanpassen aan het niveau van de ander.

Netwerken:
Ontwikkelen en verstevigen van relaties, allianties en coalities binnen en buiten de eigen organisatie en die aanwenden om informatie, steun en medewerking te verkrijgen.

Omgevingsbewustzijn:
Op de hoogte zijn van belangrijke relevante maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en deze kennis benutten ten behoeve van de eigen omgeving.

Onafhankelijkheid:
Acties ondernemen en uitspraken doen die getuigen van een eigen visie of mening; anderen niet naar de mond praten.

Onderhandelen:
Optimale resultaten behalen bij gesprekken met tegenstrijdige belangen, zowel op inhoudelijk gebied als op het gebied van het goed houden van de relatie.

Overtuigingskracht:
Anderen voor standpunten en ideeën proberen te winnen en draagvlak creëren.

Politieke en bestuurlijke sensitiviteit:
Zich kunnen verplaatsen in het politieke speelveld; complexe belangen onderkennen waar stakeholders mee geconfronteerd worden; de politieke haalbaarheid van voorstellen kunnen inschatten.

Probleemanalyse:
Problemen signaleren, belangrijke informatie herkennen, relevante gegevens zoeken en hiertussen verbanden leggen; feiten in het licht van de juiste criteria tegen elkaar afwegen.

Resultaatfocus:
Concrete en gerichte acties ondernemen om doelstellingen te behalen of te overstijgen.

Samenwerken:
Op effectieve wijze (mee)werken aan een gezamenlijk resultaat door niet het eigen belang voorop te zetten. Communicatie open houden en stimuleren.

Stressbestendigheid:
Effectief gedrag vertonen bij druk en stressvolle situaties.