Topbanner Jelle Visser Visie en strategietraining
     

WoordenboekWoordenboek

U bent hier:
Opleidingscentrum
Competenties
Woordenboek

Competentiewoordenboek

Competenties op alfabetische volgorde:

  • Analytisch vermogen:
    Problemen opdelen in componenten, samenhangen bedenken en herkennen, oorzaken vinden en relevante informatie verzamelen. Tevens dit conceptueel verbreden en verdiepen door het in een omvattend kader te plaatsen en ook vanuit ander perspectief te benaderen.
  • Beslisvaardigheid:
    Beslissingen nemen door middel van uitzetten van acties of door het uitspreken van meningen, ondanks bepaalde onzekerheid of mogelijke risico’s.
  • Creativiteit:
    Een open geest hebben voor nieuwe en oorspronkelijke ideeën, deze ook zelf bedenken op een manier dat er nieuwe werkwijzen ontstaan en de functie er baat bij heeft.
  • Detailgerichtheid:
    Laten blijken aandacht te geven aan details, en lange tijd effectief en geconcentreerd kunnen omgaan met dit type informatie. De precieze voortgang bewaken.
  • Gerichtheid op burgers:
    Actief nagaan en rekening houden met de wensen en behoeften van burgers, zich verplaatsen in diens perspectief en van daaruit denken en doen.
  • Initiërende kracht:
    Uit eigen beweging mogelijkheden zoeken en acties op touw zetten, niet afwachten wat er gebeurt of tot een ander het voortouw neemt.
  • Kwaliteitsfocus:
    Kwaliteit hoge prioriteit geven en weten te bereiken, zowel in eigen als andermans werk, steeds verbeteringen nastreven.
  • Leidinggeven (o.a. d.m.v. coachen en delegeren):
    Richting en sturing geven aan de fractie of het bestuur, direct of indirect, in het kader van de taakvervulling van de fractie of het bestuur. Concreet instemming en voorgenomen actie verkrijgen om bepaalde doelen te bereiken. Anderen ondersteunen en adviseren in hun ontwikkelingkansen. Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden duidelijk en concreet meetbaar in resultaat en tijd, toedelen aan de juiste mensen.
  • Luisteren en vragen:
    De kern van iemands boodschap ontdekken in diens communicatie; merkbaar aandacht en ruimte geven aan de ander, op reacties ingaan en kunnen doorvragen.
  • Mondelinge en schriftelijke communicatie:
    Denkbeelden en informatie duidelijk en begrijpelijk in woorden vatten/ op schrift stellen, de essentie op maat overbrengen op andermans niveau, vindingrijk en met gevoel voor uitgebreidheid en timing.
  • Netwerken:
    Een actieve habitus hebben of kunnen ontwikkelen richting diverse professionele en algemene netwerken, zowel binnen als buiten reguliere werktijden. Daar op het gemak zijn en daarin willen investeren.

  • Onafhankelijkheid
    Een mening vormen en daar actie aan verbinden op basis van eigen overtuigingen niet om anderen een plezier te doen.
  • Onderhandelen:
    Politieke of andere belangen van de fractie of het bestuur behartigen in een wederzijdse open en respectvolle houding, minimaal met een gunstig resultaat voor de eigen kant.
  • Overtuigingskracht:
    Anderen tot instemming weten te krijgen door opvattingen, stellingnames of plannen overtuigend te presenteren en twijfels en bedenkingen weten weg te nemen.
  • Plannen/organiseren van eigen werk:
    Eigen werk en taken koppelen aan doelen en afgewogen prioriteiten stellen ten aanzien van acties, tijd en middelen, zowel voor dagdagelijkse als middellange en lange termijn onderwerpen.
  • Politieke en bestuurlijke sensitiviteit:
    In gedrag laten merken te doorzien en aan te voelen hoe de lokale/provinciale politieke en maatschappelijke verhoudingen in elkaar steken. Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op het vigerende beleid en de positie van de bewindspersonen.
  • Resultaatfocus:
    Blijk geven van concreet handelen en beslissen dat is gericht op het bereiken van vooraf gestelde doelen of beoogde resultaten.
  • Samenwerken:
    Bijdragen in het samen werken aan gemeenschappelijke doelen, door zo nodig niet het eigen belang voorop te stellen, en andermans belang mede te dienen. Communicatie open houden en stimuleren.
  • Stressmanagement:
    Met de spanning die door tijdsdruk, tegenslag of teleurstelling wordt veroorzaakt goed omgaan door effectief en terzake doende te blijven functioneren. Praktisch nuchter weten te blijven en in verhouding tot het onderwerp reageren, eigen emoties beheersen. 
  • Visie delen:
    De visie van de fractie/het bestuur en de gestelde doelen voorhouden aan anderen en die voor hen aantrekkelijk maken en daarmee draagvlak creëren.